| Digitaal
fotograferen in de praktijk,
een maand in China met de Minolta A-1
Waar moet je allemaal op
letten bij de koop van een fotocamera? De bedoeling van dit artikel is
om je wat tips uit de praktijk te geven.
Digitaal fotograferen is in. Op straat zie je een nieuw fenomeen: fotograferende
mensen die hun camera een paar centimeter voor het gezicht houden, in
plaats van tegen het oog zoals gebruikelijk. De digitale fotograaf.
Onlangs had ik de gelegenheid om een maand
lang naar China te gaan met een Minolta A-1. Hopelijk zijn mijn ervaringen
van enig nut bij het kiezen van een goede en geschikte fotocamera.
Testrapporten, meer cijfers dan behoeften
Voordat ik hiermee begon heb ik vele test-rapporten gelezen en het viel
me vaak op dat vele niet door echte gebruikers zijn geschreven. Deze (technisch
goede) rapporten belichten meer de technische zijde. Ze halen de hele
camera uit mekaar en bespreken het dan uitvoerig. Mooi en interessant
maar vaak voldoet datniet helemaal aan mijn behoeften.
Wat zijn mijn behoeften? Als vakantie reiziger met een videocamera heb
ik soms nog de behoefte aan wat mooie foto’s en zou ik graag nog
een digitale camera willen meenemen. Mijn video camera kan ook digitale
foto’s maken maar blijft beperkt to 1.8 megapixels qua resolutie.
In het verleden heb ik vaak hele sytemen, Nikon en Leica meegesleurd maar
zonder videocamera. De meest gebruikte lensen waren toen de 20mm en de
80-200 zoom lens. Maar nu geef ik ten eerste de voorkeur aan de videocamera
en pas op de tweede plaats, indien mogelijk, aan de fotocamera.
Redenen om een camera uit te kiezen
Hier zijn de redenen waarom ik voor de Minolta A-1 koos en tijdens de
reis inderdaad belangrijke voordelen bleken :
1. vergeleken met een normale spiegelreflex is het een relatief kleine
lichte camera, afgerond 650 gr.( Inclusief batterij) met een grandioze
28-200 mm zoom lens. Er zijn kleinere en plattere camera’s maar
deze hebben dan helaas geen 28-200 zoomlens. Deze camera is klein genoeg
om nooit in je hotelkamer achter te laten. Je wordt nooit moe van het
meenemen van deze camera, zo licht is het. Het past makkelijk in een tas
samen met mijn videocamera. Ik zou niet graag meer een zware spiegelreflex
met uitpuilende lens plus losse lensen willen meenemen.
2. het is een vijf megapixel camera, net genoeg om behoorlijke A4 formaat
foto’s te maken en klein genoeg om niet direct een 512 Mb compact
flash kaart te vullen. De foto’s zijn ongeveer maximaal 8-9 megabyte
per stuk. Dit is ook de reden dat ik niet perse een A2 met 8 megapixels
hoeft te hebben. Zelfs als binnenkort de 1Gb kaarten goedkoper worden
is 5 megapixels meer dan genoeg. Jammer genoeg bleek de Minolta een Compact
Flash kaart te hebben en mijn videocamera een SD/Multimedia kaart die
imcompatibel met elkaar waren.
3. De kwaliteit van de zoom lens is volgens de test goed. Voor cijfers
en allerlei technische prullaria verwijs ik je naar de test op bijvoorbeeld
http://www.dpreview.com . Leitz
en Minolta hebben al jaren een goede relatie . De 80-200 Leitz zoomlens
bijvoorbeeld, werd door Minolta ontworpen. Daar mijn Panasonic MX300 videocamera
een echte Leitz lens heeft verkies ik om ook op de digitale camera een
soortgelijke lens te hebben. Meestal hebben ze dan dezelfde kleurkarakteristieken.
De Panasonic heeft warmere kleuren ten opzichte van de vaak wat blauwere,
koele kleuren van bijvoorbeeld een Sony lens. De Minolta lens stelde mij
niet teleur.
4. De 28 mm lens bleek mijn favoriet te zijn. Niet alleen voor familieaangelegenheden
en groepsfoto’s maar ook voor bijzondere foto’s. Het is ook
een hele bijzondere lens samen gebruikt met het zogenaamde RAW formaat
dat de A-1 ook heeft. Zonder RAW formaat zou het minder mogelijkheden
hebben. Het RAW formaat is een formaat waar je eigenlijk een geheel complete
foto met allerlei eigenschappen neemt. Wat je te zien krijgt is weliswaar
waarvoor je hebt gekozen. Later kan je met een software programma, meegeleverd
met de camera of nog beter in Photoshop, al die nog aanwezige eigenschappen
nog verder uitdiepen en tevoorschijn halen. Je kunt bijvoorbeeld met de
28 mm lens, de beeldranden egaliseren. Normaliter zijn de randen van een
breedbeeld altijd donkerder aan de rand, men noemt dit vigneteren. Met
photoshop kan je dit neutraliseren. Andere belangrijke dingen zijn bijvoorbeeld
de kleur temperatuur bijstellen, of de scherpte of de kleuren ook nog
verstellen. Normaal of uitbundig. Tot dusverre heb ik me bij het normale
(default) gehouden.
5. De A-1 is een snelle camera. In minder dan twee seconden ben je klaar
om te schieten. Dit is namelijk een handicap van sommige digitale camera’s.
Ze hebben vaak een paar belangrijke seconden nodig voordat je een beeld
kan schieten en dan mis je net een goede opname. De analoge camera is
daarentegen altijd direct beschikbaar. Tijdens de busreis oefende ik voortdurend,
het " zien" van een scene en het daadwerkelijk opnemen met de
Minolta.
6. De batterij van de A-1 is goed. Tijdens de gehele reis had ik door
elke avond de batterij op te laden nooit last van batterijuitval en ik
schoot zo’n 75 beelden per dag. Ik ontdekte dat het vaak beter was
om voor perioden tot en met een half uur, de camera aan te laten en af
en toe te schieten dan telkens alles uit en dan weer aan. Dit vergt waarschijnlijk
minder van de batterij. En foto’s bekijken deed ik meestal pas na
terugkomst in de hotelkamer. Een enkele uitzondering was het laten zien
van het resultaat aan behulpzame vreemden die foto’s van mijn groep
maakten. Ook verkoos ik om de EVF te gebruiken, lees meer hierover bij
het hoofdstuk "Wat mis je bij een digitale camera".
7. De Minolta A-1 is een goede museum camera. Als je net als ik van musea
houdt en graag museumstukken opneemt zonder flits of statief, twee dingen
die vaak verboden zijn, dan is de A-1 een goede keuze. Op twee standen
heeft de 28-200 zoom lens ook een macroinstelling. Zo is het ook een ideale
camera om een culinaire gebeuren voor altijd te bewaren, alweer door de
macroinstelling.
8. Het is een heel gemakkelijke camera om nachtscenes met of zonder fill-in
flits op te nemen. Je hoeft slechts nachtscenes te kiezen en de camera
zo stabiel mogelijk in je handen te houden. Het heeft een zogenaamde antishake
voorziening voor de CCD chip, uiteraard binnen bepaalde grenzen. Het waarschuwt
u als u buiten die grenzen komt.
De gruwel van digitale camera’s
Voordat ik de reis begon viel het mij op dat testrapporten eigenlijk nooit
over het vreselijke van digitale camera’s schrijven. Vooral de betere
en duurdere zijn zo veelzijdig, kunnen alles, hebben 1001 verstelmogelijkheden
en zijn een doolhof van menu’s die je langzaam moet ontknopen. En
uiteraard ook onthouden… Voor wie een analoge camera gewend is,
is de digitale camera vaak teveel van het goede.
Neem nou de auto focus, je hebt er twee soorten van. Belichtingsmeting
in drie smaken en ga zo maar door. Als je niet oppast wordt je meer een
technische gebruiker dan een fotograaf op zoek naar beelden. Eigenlijk
moet al die techniek juist dienen om een zo volmaakt mogelijk beeld te
kunnen nemen maar vaak wordt het juist een hindernis. Met de Minolta ben
je wel een paar dagen zoet voor je zover ben dat je je comfortabel voelt
met al die knopjes, menu’s en mogelijkheden.
Nog een ding waar ik verder
geen aandacht zal geven in dit rapport is de mogelijkheid om de Minolta
zogenaamd te "customizen", specifiek op je behoeften in te stellen.
Dit vanwege de tijd.
Wat mis je bij een digitale camera
Nu ik toch bezig ben met wat kritiek. Door Nikons en Leica’s verwend
kan ik niet tevreden zijn met de Electronic View Finder of de monitor.
De Minolta heeft ze beide, de eerste op ooghoogte en de laatste op de
achterwand van de camera. Beide zijn vaak zeer gebrekkig. Met telelensen
fragmenteren ze als het ware bij een bewegend object en de monitor is
vaak onbruikbaar bij veel licht. Ook scherpstellen is vaak niet mogelijk.
Onscherpe foto's lijken scherp op de monitor. Ik denk dat het beter is
je te oefenen om de EVF op oogshoogte te gebruiken en de monitor alleen
om naar de reeds geschoten beelden te kijken.
Vergeleken met de viewfinder van een Nikon SLR is het een grote tekortkoming.
Je kunt ook nauwelijks handmatig sherpstellen. In de praktijk bent je
geheel afhankelijk van de autofocus. Wat nog ergerlijker is je kunt moeilijk
controleren of het beeld nou wel echt scherp is. Je moet aan hand van
een electronische witte stip aannemen dat het zo is.
En dan mis ik de ook nog de mogelijkheid om je lens door middel van dieptescherpte
markeringen in te stellen. Dat hebben deze digitale lensen niet meer.
Zo deden we het jaren met de Leica’s, onfeilbaar. En uiteindelijk
in sommige gevallen beter en sneller. Nadat ik te paard zo’n 3000
m. een bergrug had beklommen en hier en daar snel een foto probeerde te
schieten bleek naderhand dat de autofocus van de A-1 mij in de steek had
gelaten, een gedeelte van de foto’s waren onscherp. Ik weet nog
steeds niet de ware oorzaak maar ben daarna toch wel opmerkelijk veel
voorzichtiger geworden. Aan de andere kant heb ik opnamen vanuit een rijdende
auto genomen en ze waren vlijmscherp. Met een analoge lens zou ik gewoon
alles op oneindig hebben gezet. De keerzijde van een camera met zoveel
mogelijkheden is dus wel dat je veel tijd moet nemen om al die mogelijkheden
te besturen en flink te oefenen.
Een andere inherente tekortkoming is de relatief steile gradatiecurve
van een CCD (Charge Coupling Device = scanner, die dus de film vervangt).
Met andere woorden de CCD kan minder goed hoge contrasten tussen schaduwpartijen
en zonovergoten partijen overbruggen vergeleken met normale film. Mijn
ervaring is om gewoon de automatische instelling te gebruiken die dan
een minder tevredenstellend compromis geeft en later met Photoshop de
grote contrasten te egaliseren. Hoger dan nog meer megapixels staat een
grotere contrast overbruggings capaciteit op mijn verlanglijstje voor
mijn komende digitale camera’s. Voorlopig moeten we het doen met
photoshop en of fill-in flits. Mijn vermoeden is dat meer pixels in de
toekomst t een grotere gradatievermogen zullen bieden.
Gelukkig is de fill-in flits mogelijkheid van de A-1 goed, dat doet die
in de meeste gevallen glansrijk en probleemloos totdat je in een omgeving
komt met veel licht of een veel licht gevend object midden in het beeldveld
krijgt. Dan probeert de A-1 een opname zonder flits te maken, wat je ook
doet. Misschien is er een truc voor het forceren van fe fill-in flits,
moet ik nog ontdekken.Nog een laatste punt van kritiek is de beperkte
minimale diafragma van F11. In sommige gevallen is F22 of meer wenselijk
voor een landschapsfotograaf, niet zozeer voor de dieptescherpte als om
lagere sluitersnelheden waarmee het water van waterval echter vloeit op
de foto.
Maar goed, het ging om de foto’s en dat doet de A-1 in de meeste
gevallen wel goed, tevredenstellend. Kijk maar zelf. China, met name Shanghai
is een goede stad voor digitale fotografen, zeven dagen per week van 9
tot 11 uur ‘savonds kon ik mijn kaart aanreiken en vaak over een
uurtje al de (Kodak) foto’s afhalen voor ongeveer 15 eurocent per
stuk. En niet te vergeten vriendelijk personeel dat ondanks taal problemen
mij toestond hun Photoshop te gebruiken alhoewel ze over het algemeen
consistent goede resultaten produceerden. Over het algemeen zijn de print’s
goed maar wel minder mooi dan op het LCD scherm van mijn Macintosh.
terug
naar boven
|